Ad van Liempt

Het maken van de ondergrond voor een doek is voor mij eerder verven dan schilderen; ik zoek in kleur, handschrift en huid naar het begin van een verhaal.
Vanaf het moment dat het verhaal zich aandient telt iedere veeg en streep en komen de tekeningen als vanzelf.

Ik werk graag in verschillende technieken en  verschillende handschriften door elkaar, ik teken in grof schilderwerk, schilder tekeningen onder met gelaagde kleurvlakken en met stroken zuivere kleur, ik verf, maak afdrukken, kras en veeg grote gedeelten weg om daar opnieuw overheen te gaan. En dat allemaal op een vierkante meter.

Ik zoek tegenstellingen op, probeer uit welke kanten ik met ze op kan en hoe ze op elkaar kunnen inwerken. Zowat iedere ingreep betekent een complete verandering op het doek.    Het ene beeld na het andere dringt zich op, maar zeker in het begin laat ik weinig toe, of ik werk het vrij snel weer weg. Ik probeer zo lang mogelijk te voorkomen dat een element alle betekenis naar zich toetrekt. Het komt er eigenlijk op neer dat ik niet wil dat een van de elementen op het doek, los van de andere een eigen betekenis heeft.

Altijd onverwacht, beland ik in het laatste half uur van een schilderij, in het halve uur van de definitieve beslissingen, omdat het beeld waar ik al die tijd naar op zoek was van het ene moment op het andere voor het grijpen ligt.
Er zijn maar twee periodes geweest waarin figuratief werken zo belangrijk voor me was dat ik er in mijn tekeningen niet omheen kon.

Op mijn doeken heeft het herkenbare tot voor kort niet veel kansen gehad. De eerste keer dat ik houvast had aan figuratief werk was kort na een ongeluk; ik gebruikte waar ik goed in was om spoken te verjagen, van dat werk is niets meer over.
De tweede keer, een jaar of zes geleden, was ik zo ongelofelijk onder de indruk van het tekenwerk van Pontormo, dat ik het idee had dat ik wat had in te halen, van dat werk heb ik wel veel bewaard.

Het effect van herkenbaar werken is me altijd te gemakkelijk geweest, als je lekker kunt tekenen dan wordt het wel wat. Maar waar ik last van had was, dat het meeste figuratieve werk dat ik om me heen zag niet vrij was. Dat wil zeggen dat er behalve iets ambachtelijks, een vorm van forceren aan te pas moest komen, kleur en handschrift moesten zich in een soort kramp aanpassen aan de dwang van figuratie.
Bij wie dan ook stoort het me als je de verschillen ziet tussen de momenten waarop dingen moesten, en de plaatsen waarop dingen konden.

Toch ontstonden er drie jaar geleden kleine tekeningen in mijn doeken, de opvolgers van grote, nauwelijks herkenbare, van oorsprong figuratieve tekeningen. Binnen een doek ging het ineens om het contrast tussen een manier van schilderen die steeds meer de kant van verven opging en strakke lineaire tekeningen. En de tekeningen werden groter en losser en dominanter, alsof ik weer iets had in te halen. Het tekenen is niet te onderdrukken.  De doeken zijn verhalend geworden; meer eenduidig dan het abstracte werk. Gebleven is de voorkeur voor vuile kleuren, de afkeer van behagen. Het is werken naar het moment waarop je zelf wordt verrast door wat er staat.

 

 

 
 
   
 

 
 

 

 
 
 
 
 
 
 

       Klik

-><-

    Galerie

 

 

ART-MML Exclusive  2008-2014 Disclaimer: overname van artikelen en afbeeldingen alleen na schriftelijke toestemming van ART-MML Exclusive